ii.
Kader
Neurolinguïstisch programmeren — instrumentarium

Zes mentale gebaren, één voor één bewerkt, tot zij reflex worden.

NLP is geen methode. Het is een grammatica van aandacht. Wij gebruiken haar als een precisie-instrument — discreet, nauwgezet, toetsbaar.

  1. 01· gebaar

    Kalibreren

    De innerlijke staten lezen en de microsignalen die aan een besluit voorafgaan.

    Vóór antwoorden: waarnemen.
  2. 02· gebaar

    Herkaderen

    Het kader verleggen om een andere lezing van dezelfde feiten te laten verschijnen.

    Het probleem is niet het probleem.
  3. 03· gebaar

    Verankeren

    Een hulpbron-staat installeren — helderheid, bedaardheid, afstand — inzetbaar op het precieze ogenblik dat de inzet het vereist.

    De juiste staat, op het juiste moment.
  4. 04· gebaar

    Metapositie

    Het toneel verlaten om zichzelf te zien handelen.

    De afstand die het besluit denkbaar maakt.
  5. 05· gebaar

    Logische niveaus

    De moeilijkheid op haar werkelijke verdieping plaatsen: omgeving, gedrag, vermogen, waarden, identiteit.

    Het juiste niveau behandelen, niet het meest zichtbare.
  6. 06· gebaar

    Modelleren

    De structuur van de eigen beste staten ontcijferen om ze naar wens opnieuw op te roepen.

    Wat eenmaal werkte, wordt reproduceerbaar.